Gebouw samenstellen
Kies dak, gevels, deuren en ramen en zie direct een richtprijs en een bestellijst.
Sleep om te draaien, scroll of knijp om te zoomen.
Vorm en maten
Hoe is dit berekend?
Dakhelling. De helft van de gebouwbreedte is 8.000 mm ÷ 2 = 4.000 mm. Het dak stijgt van de goot naar de nok: 5.000 mm − 3.000 mm = 2.000 mm. De helling is de hoek waarvan de tangens 2.000 mm ÷ 4.000 mm = 0,500 is: 26,6°.
Plaatlengte. Schuine lengte van goot tot nok (stelling van Pythagoras): √(4.000 mm² + 2.000 mm²) = 4.472,1 mm. Het overstek bij de goot (300 mm horizontaal) is schuin langer: 4.472,1 mm ÷ 4.000 mm × 300 mm = 335,4 mm. Samen 4.807,5 mm, naar boven afgerond op hele 10 mm: 4.810 mm.
Aantal platen. Het dak is 12.000 mm + 2 × 200 mm = 12.400 mm breed. Eén plaat dekt 1.035 mm (de werkende breedte, dus zonder overlap met de buurplaat). 12.400 mm ÷ 1.035 mm = 11,98, naar boven afgerond 12 platen per dakvlak, 24 in totaal.
Dakoppervlak. Het dakvlak zelf is 2 × 4,808 m × 12,40 m = 119,23 m². U bestelt 24 × 1,035 m × 4,81 m = 119,48 m². Dat is iets meer dan het dak zelf: de laatste plaat is vaak breder dan de ruimte die er nog over is, en u betaalt altijd de volle werkende breedte.
Gebouwbreedte: van gevel tot gevel, loodrecht op de nok. Gebouwlengte: langs de nok. Overstek: hoe ver het dak horizontaal voorbij de buitenkant van de gevel uitsteekt.